home - over varens - varens wereldwijd
Van het wetenschappelijk front     
Van het wetenschappelijk front..., Peter Hovenkamp, fotografie: Maarten Christenhusz

Het zal de leden van de Nederlandse Varenvereniging niet zijn ontgaan dat onlangs een varenonderzoek geleid heeft tot het verkrijgen van de graad van Doctor. Het proefschrift van Piet Bremer is onder de leden ruim verspreid.
 

Maar hier ook nog even aandacht voor een ander Pteridologisch Proefschrift, waarop 24 november 2007, in Turku (Finland) Maarten Christenhusz is gepromoveerd. Onder meer door zijn verblijf in Finland en Amerika is Maarten hier in Nederland toch een beetje een onbekend gezicht.
 
Dat komt ook doordat het onderwerp van zijn proefschrift wat verder van ons bed ligt dan de Noordoostpolder. Maarten heeft zijn onderzoek gedaan aan vertegenwoordigers van de familie Marattiaceae, een familie die uitsluitend in de tropen voorkomt, en waarvan de leden door hun afmetingen (veel soorten worden gemakkelijk enkele meters groot) ook weinig populariteit genieten in amateurcollecties.

Maarten heeft voornamelijk gewerkt aan het geslacht Danaea (geen Nederlandse naam), dat vooral in het Caribische gebied en het noordelijke deel van Zuid-Amerika voorkomt.
 

Angiopteris evecta
 
Na uitvoerige vergelijking van het materiaal, voor een belangrijk deel ook door hemzelf verzameld, is hij tot de conclusie gekomen dat er tenminste 49 soorten Danaea zijn, en waarschijnlijk meer. Danaeaís zijn wat kleinere, meest vrij grof gebouwde, langzaam groeiende planten, en zouden in een bescheiden varenkas nog wel passen, maar het is kwekers tot nog toe niet gelukt om de goede omstandigheden voor deze planten te scheppen. In de natuur komen ze vooral voor in warme, altijd vochtige streken, met een temperatuur die niet onder de 7įC komt, en een regenval van 750 - 4500 mm.
Een soort die we in botanische tuinen vaker tegenkomen is de Reuzenvaren, Angiopteris evecta. Het indrukwekkende exemplaar in de grote kas van de hortus in Leiden vormt elk jaar een aantal bladen van 4 - 5 meter lang, en is daarmee nog niet eens een van de grootste: bladen van 9 m lengte zijn in de natuur waargenomen.

 

Angiopteris evecta (Leiden)

Angiopteris evecta is een interessant geval vanuit het oogpunt van natuurbescherming. Christenhusz en zijn mede-auteur Toivonen wijden hier een hoofdstuk van het proefschrift aan.
 
Angiopteris evecta komt van nature voor in het zuidelijke deel van de Stille Zuidzee, van de Cook eilanden tot AustraliŽ en Nieuw-Guinea. In delen van dit oorspronkelijke verspreidingsgebied is de soort zeldzaam geworden en moeten de populaties, die verdrongen dreigen te worden door exoten, met behulp van beschermingsplannen in stand worden gehouden. In andere delen van de wereld is de soort zelf een exoot (onder andere in Hawaii en Jamaica) en dreigt daar een plaag te worden, die de oorspronkelijke vegetatie verdringt.

Angiopteris evecta
Angiopteris is vanuit de Stille Zuidzee al in 1793 ingevoerd op Jamaica (waarschijnlijk door het bekende schip de Bounty). Daar groeide de plant ongeveer anderhalve eeuw in de botanische tuin, en werd pas in 1976 voor het eerst verwilderd op een andere vindplaats gevonden. Sindsdien is hij verspreid geraakt over de hele zuidelijk helft van het eiland.

In Hawaii is de soort pas in 1927 ingevoerd in een botanische tuin, en heeft zich snel daarna uitgebreid over een groot deel van de archipel.
 
Hetzelfde dreigt nu te gebeuren in Costa Rica, waar hij in een aantal tuinen is geplant, maar daaruit ook al is ontsnapt. Door vergelijking van de klimatologische omstandigheden waaronder de planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied voorkomen met de omstandigheden elders kunnen Christenhusz en Toivonen aannemelijk maken dat Angiopteris evecta een plaag zou kunnen worden in grote delen van tropisch Amerika. Gelukkig gaat de verspreiding niet heel erg snel, en is het misschien nog mogelijk om maatregelen te nemen om dit te voorkomen.

Angiopteris evecta

Christenhusz, M.J.M. 2007. Evolutionary history and taxonomy of neotropical marattioid ferns.
Academic dissertation, University of Turku.
 

Artikel uit VarenVaria nr.1 - 2008